Ik moest er redelijk oud voor worden, vind ikzelf, om voor de eerste keer echt verliefd te worden.

 

Mensen hadden me altijd gezegd,

je gaat het weten als je de ware ontmoet

en ze hadden gelijk. Er was niet naast te kijken. Ik weet nog exact het moment dat ik het besefte. Ik was eigenlijk in compleet in paniek omdat het zo een heftig gevoel was en ik had ook heel sterk een “dit mag niet’ gevoel. Ik heb in paniek een vriendin gebeld. Ik snapte het niet, ik heb meerdere relaties gehad, en altijd gedacht dat ik mijn partner oprecht graag zag, maar dit was… anders, heftiger.

Hij dwaalt altijd door mijn gedachten en ik word er blij en verdrietig tegelijk van. Blij, omdat het nu eenmaal een gevoel is om blij van te worden. En verdrietig omdat ik heel goed besef dat het niks wordt. Dat ik dichtbij ben, maar nooit dichtbij genoeg zal zijn. Dat besef snijdt als een mes door mijn hart.

 

Maar,

net omdat ik hem graag zie, net omdat ik hem mijn hele hart al heb gegeven (ook al weet hij dat nog niet), net daarom blijf ik stil aan zijn zijde staan.

Omdat ik wil dat hij gelukkig wordt. Met of zonder mij maakt niet zoveel uit, als hij maar gelukkig wordt.

 

 

Gedicht:

 

Er wonen vlinders in mijn buik

Stoute vlinders, foute vlinders

 

Ik hoor ze niet te hebben,

Maar ik kan het niet helpen.

 

Ik hou ervan

Ze vliegen rond, ze kriebelen

Ze geven me een fijn gevoel

 

En tegelijk…

Het kan niet, het mag niet…

 

Toch hou ik ze nog even

Mijn lieve vlinders

 

Ik loop verder op mijn wolkje,

Ook al tuimel ik er nu en dan af.

 

Ik koester mijn vlinders

Nog even…

 

 

Cinderella

 

Advertenties